In Sevilla eindig je een avond niet in een restaurant maar in een privé casa palacio — een 18e-eeuws patriciërshuis met een binnenplaats vol kolommenrijen, sinaasappelbomen en een fontein. Overdag leer je in Triana, de historische tegelwijk van Sevilla, hoe je een azulejo maakt: de handbeschilderde keramische tegels die je terugziet op elke gevel, trappenhuis en plein in de stad. En je stapt 's middags een taberna binnen waar ze manzanilla inschenken vanuit een aardewerken kruik en waar niemand een woord Engels spreekt
In Málaga bezoek je de Soho-wijk: een voormalige arbeidersbuurt omgetoverd tot het grootste open-air streetartmuseum van Spanje. Lunchen doe je in de Atarazanas — een Moorse scheepswerf uit de 14e eeuw, nu de overdekte markt van de stad, met kraampjes vol verse boquerones, gamba's en lokale wijn.
Aan de Costa del Sol draait het om eenvoud: een strandhotel, espetos de sardinas aan het strand — sardines gegrild op bamboestokken boven een open vuurtje, de meest lokale manier om te eten aan zee — en een privéboot met paddleboards, jetski's en een lunchbox met lokale producten. De Middellandse Zee is hier van mei tot november warm genoeg om in te zwemmen.
Málaga en Sevilla hebben directe vluchten vanuit Brussel, Charleroi, Eindhoven, Rotterdam en Amsterdam. Het beste seizoen: april-juni en september-november.